Aftellen in het donker
Song Tekst
Ik dacht dat het weg was, dat ik eindelijk vrij kon staan
Maar diep in mij bleef iets zeggen dat het ooit terug zou gaan
Toen de arts weer testen vroeg, voel ik hoe mijn hart verstijft
Alsof het donker het licht uit mijn lijf verdrijft.
Tweede klap, tweede ronde, weer dat lijf dat langzaam breekt
Even leek het beter te gaan maar het licht was al half verbleekt
Toen ze zeiden “foute boel”, voelde ik de grond onder mij verdwijnen
Alsof elke hoop die ik nog had langzaam begon te verkleinen
Ik tel de dagen in het donker, maar ik hou me vast aan valse hoop
Een klein licht dat steeds weer flikkert, al weet ik dat ik mezelf bedroog
Wat blijft er over als je maanden hebt, geen jaren meer te gaan
Alleen de mensen die je liefhebt, en de kracht om niet alleen te staan
Alles nog één keer doen of moet ik stoppen met leven,
blijf ik vechten tot ik breek, tot ik niets meer heb te geven
Ik denk aan wie ik nog wil spreken, wie ik nog één keer wil zien
En aan woorden die ik nooit durfde te zeggen, maar nu wel misschien
Ik regel mijn einde in stilte, alsof ik naar mezelf kijk van ver
En toch voel ik ergens rust, een warme hand, een zachte stem die sust.
Tot die dag blijf ik fluisteren, tot het moment dat de zon niet meer straalt
Tel ik af in het donker en wacht op het licht dat mij uit mijn lijden haalt.
Inspiratie
Aftellen in het Donker vertelt het verhaal van iemand die dacht dat hij eindelijk vrij kon ademen, maar opnieuw wordt ingehaald door een waarheid die hij al te goed kent. Het nummer opent met de schok van een terugkerende diagnose: het moment waarop hoop nog even flikkert, maar direct wordt overschaduwd door angst. De eerste verse vangt dat bevroren gevoel — het besef dat het donker opnieuw bezit neemt van het lichaam.
In de tweede verse wordt de klap tastbaar. De strijd is niet nieuw; het lichaam kent deze ronde al. Even lijkt er licht, een kleine opleving, maar die blijkt slechts een echo van wat ooit was. De woorden “foute boel” slaan de grond onder de voeten weg. Wat overblijft is een langzaam krimpend stukje hoop, dat elke dag iets kleiner wordt.
Het refrein is het hart van het nummer: een man die in het donker telt, niet omdat hij wil opgeven, maar omdat hij eerlijk durft te kijken naar wat er nog is. Geen jaren meer, maar maanden. Geen toekomstplannen, maar de mensen die ertoe doen. Het is een ode aan de laatste kracht die je vindt in liefde, verbondenheid en het weigeren om alleen te vallen.
De derde verse draait om keuzes die niemand zou moeten maken: nog één keer alles doen, of juist loslaten. Het gevecht tussen doorgaan en berusten. De gedachten gaan naar gezichten, gesprekken, woorden die te lang zijn blijven liggen. Het is het deel van het nummer waar de mens achter de ziekte het hardst spreekt.
In de outro komt de rust. Niet als overgave, maar als een stille acceptatie. De verteller kijkt naar zichzelf van een afstand, alsof hij al half in een andere wereld staat. Er is angst, maar ook een onverwachte zachtheid — een hand, een stem, een gevoel van gedragen worden. Tot het licht dooft, blijft hij fluisteren. Niet om gehoord te worden, maar om aanwezig te blijven, tot het allerlaatste moment.
Aftellen in het Donker is geen lied over sterven. Het is een lied over leven, precies daar waar het meest kwetsbaar is.
Luister hier naar de fluistering achter het lied — het verhaal dat tussen de regels leeft.